|
Onlangs vond ik het weer eens tijd om mee te doen met een wedstrijd. Na even rondspeuren op het internet viel mijn oog op een wedstrijd van het Innovatieplatform met als uitdaging het stimuleren van een ondernemende houding bij kinderen tot 16 jaar. Helaas behoorde mijn voorstel niet tto de winnende ideeën, maar ik wil het toch graag met jullie delen. Mijn concept: Van ja-maar naar ja-en! Veel goede ideeën worden afgeremd door ons automatisme om meteen beren op de weg te zien (ja-maar dat wil toch niemand hebben, ja-maar dat is te duur, ja-maar dat werkt niet). Kinderen nemen dit automatisme over van hun omgeving (ouders en/of docenten). Dit remt hun creativiteit en zelfvertrouwen af. Jonge kinderen hebben hier minder last van dan oudere kinderen, omdat zij hun fantasie meer gebruiken. Daarom wil ik kinderen van 13 tot 16 jaar leren ja-maar om te buigen tot ja-en. Hierdoor leren kinderen creatiever te denken en remmen ze anderen minder af. Hoe gaat dit in zijn werk: Door middel van een les in de klas of een workshop bij een buurthuis leren de kinderen de techniek. Daarna krijgen ze de opdracht om hier bij elkaar op te letten. Daar kun je een spel van maken bijvoorbeeld met een scorebord. Het project kan geïntroduceerd worden door een toegankelijk boekje met bijvoorbeeld een stripverhaal waarin een ja-maar en ja-en voorbeeld verwerkt zijn. De les/workshop: Een kind verzint een idee voor een uitstapje met zijn allen. Hij verteld hier zo enthousiast mogelijk over. De andere kinderen doen alsof ze er geen zin in hebben en opperen om en om ja-maars: ja-maar dat is te duur, ja-maar ik haat water, ja-maar dan kan mijn broertje niet mee, enz. Daarna verzint het eerste kind een nieuw uitstapje en iedereen vult dit aan met ja-en. Bijvoorbeeld: We gaan met zijn allen naar de dierentuin, ja-en dan gaan we de dieren tekenen, ja-en daarna patat eten, ja-en frikadellen, je-en daarna gaan we paardrijden. Hierna wordt de oefening met de groep besproken. Wat zijn de ervaringen? Wat valt er op? Je zult merken dat het idee bij ja-maar steeds minder aantrekkelijk wordt en dat bij ja-en iedereen enthousiast wordt. Doe deze oefening een aantal keer met verschillende onderwerpen (slaapfeest, nieuw product, idee voor een film, het pimpen van je gympen), net zo lang totdat het voor iedereen duidelijk is. Laat vervolgens nog een keer een kind een idee voor een uitstapje vertellen. Iedereen begint weer met ja-maar, maar dit keer wordt een ja-maar direct vervangen door een ja-en. Doe dit net zo lang totdat het iedereen gemakkelijk afgaat. Vervolgens: Iedere keer als iemand een idee afzwakt door middel van ja-maar mogen de kinderen elkaar hier op wijzen en kijken hoe ze dit om kunnen buigen naar een ja-en. Hierdoor ontstaat een andere cultuur waarin ideeën niet afgeremd maar aangevuld worden, waardoor meer ideeën overeind blijven. Deze ideeën kunnen uitgroeien tot nieuwe ondernemingen. |